contact | Gastenboek | impressum | sitemap

Vorming

Geschiedenis Godsdiensten Onderwijs Duitse taal tekstvertalingen brieven *   literaire werken interviews toespraken verdragen

Recente berichten

taaltip

duits zonder voorkennis duits met voorkennis
   

Vertaling van literaire werken

*   Nietzsche: God is dood

 

Friedrich Nietzsche

God is dood

 

(bron: Gutenberg Projekt)



Friedrich Nietzsche (1844 - 1900), Duits filosoof, uitte in hoofdzaak kritiek in zijn werken. Nooit gaf hij een oplossing voor zijn krititsche analyse over alles rondom hem. Mogelijk ten onrechte wordt wel eens beweerd, dat hij chaos, nihilisme als oplossing naar voor schoof. Nietzsche opperte de mogelijkheid dat nihilisme een oplossing kon zijn, maar stond er ook kritisch tegenover... Niets ontsnapte aan zijn analyserend oog.
Het is in deze geest van kritiek, dat hij de bewuste passage van "God is dood" schreef. Hij spuitte kritiek, hij analyseerde zijn tijd. Hij zag machtige stromingen zoals het rationalisme en de nieuwe wetenschap opkomen, die God ongeloofwaardig maakten, die zichzelf boven God stelden en aldus het christelijke wereldbeeld ten val brachten: God is dood!

Het kan goed zijn om - na het lezen van de tekst - verder na de denken, net zoals Nietzsche het zelf zou gedaan hebben...

 

Originele tekst Vertaling

Der tolle Mensch.

De fantastische man (kan ook vertaald worden als: de toffe gast).
Habt ihr nicht von jenem tollen Menschen gehört, der am hellen Vormittage eine Laterne anzündete, auf den Markt lief und unaufhörlich schrie: "ich suche Gott! Ich suche Gott!" - Da dort gerade Viele von Denen zusammen standen, welche nicht an Gott glaubten, so erregte er ein grosses Gelächter. Ist er denn verloren gegangen? sagte der Eine. Hat er sich verlaufen wie ein Kind? sagte der Andere. Oder hält er sich versteckt? Fürchtet er sich vor uns? Ist er zu Schiff gegangen? ausgewandert? - so schrieen und lachten sie durcheinander. Hebben jullie nog niet van deze fantastische man gehoord, die op klaarheldere voormiddagen een lantaarn aanstak, op de markt liep en aanhoudend riep: "Ik zoek God! Ik zoek God!" Doordat er vele mensen samenstonden die niet in God geloofden, ontstond een hevig gebulder. Hij zal verloren gelopen zijn, zei de ene. Heeft hij onachtzaam een verkeerde weg ingeslagen zoals een kind, vroeg de andere. Of zou hij zich verstopt hebben? Is hij bang voor ons? Mischien is hij wel geëmigreerd? Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich.
Der tolle Mensch sprang mitten unter sie und durchbohrte sie mit seinen Blicken. "Wohin ist Gott? rief er, ich will es euch sagen! Wir haben ihn getödtet, - ihr und ich! Wir Alle sind seine Mörder! Aber wie haben wir diess gemacht? Wie vermochten wir das Meer auszutrinken? Wer gab uns den Schwamm, um den ganzen Horizont wegzuwischen? Was thaten wir, als wir diese Erde von ihrer Sonne losketteten? Wohin bewegt sie sich nun? Wohin bewegen wir uns? Fort von allen Sonnen? Stürzen wir nicht fortwährend? Und rückwärts, seitwärts, vorwärts, nach allen Seiten? Giebt es noch ein Oben und ein Unten? Irren wir nicht wie durch ein unendliches Nichts? Haucht uns nicht der leere Raum an? Ist es nicht kälter geworden? Kommt nicht immerfort die Nacht und mehr Nacht? Müssen nicht Laternen am Vormittage angezündet werden? Hören wir noch Nichts von dem Lärm der Todtengräber, welche Gott begraben? Riechen wir noch Nichts von der göttlichen Verwesung? - auch Götter verwesen! Gott ist todt! Gott bleibt todt! Und wir haben ihn getödtet! De fantastische man sprong temidden van hen; zijn blikken doorboorden hen. "Waar God heen is?" riep hij, "Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars! Maar hoe deden we dit? Hoe waren we in staat de zee leeg te drinken? Wie gaf ons de spons om de horizont uit te wissen? Wat overkwam ons, als wij de aarde van de zon wegrukten? Waarheen beweegt de aarde nu? Ver weg van alle zonnen? Vallen we niet voortdurend om, rugwaarts, zijdelings, voorover, naar alle zijden? Bestaat er nog een boven en onder? Dwalen we niet doorheen een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten we de lantaarns niet reeds in de voormiddag ontsteken? Horen we nog niets van het lawaai der grafdelvers, die God begraven? Rieken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!"

 

Nietzsche
Friedrich Nietzsche filosoof

Deze tekst stamt uit Nietzsches werk "Die fröhliche Wissenschaft", geschreven in 1882.

De geschriften van Friedrich Nietzsche zijn gebundeld in:
"Sämtliche Werke", dtv Verlag, ISBN 3-423-59065-3